dinsdag 4 augustus 2015

Pijn is fijn....

Het was natuurlijk ook een illusie dat ik ongeschonden uit deze strijd zou komen. Dat ik lachend drie keer per week kilometers ver kon sjouwen, uren kon trappen op de mountainbike en mezelf uitsloven tijdens spinning en bootcamplessen, zonder dat mijn lichaam zou gaan protesteren.
Eigenlijk begon het al de tweede dag nadat ik hoorde dat ik mee mocht naar de Mont Blanc. In blinde paniek sloeg ik meteen vol speed aan het trainen. De eerste dag liep ik met uitzonderlijk veel moeite 9 km, meer dood dan levend kwam ik sjokkend mijn straat weer in. Maar er was geen tijd te verliezen, dus meteen de volgende dag vond ik dat ik nu wel een kilometertje verder moest kunnen. En verhip, het lukte me nog ook. Maar al tijdens het lopen voelde ik iets raars aan mijn tweede teen op de rechtervoet. Die avond deed zelfs het dekbed pijn aan mijn teen. Binnen een week was het ding zwart, pikzwart. Ook kwam de nagel iets bol te staan, alsof het moeite had met al het gestolde bloed eronder (ieieieieee).



Haklanding
‘Te kleine schoenen’, concludeerde een medesporter, en nog diezelfde middag was ik 120 euro armer en een paar blinkend nieuwe hardloopschoenen rijker. Een maatje groter dan de vorige. Vol goede moed en mezelf inprentend dat ik veel harder kon nu ik deze fantastische demping had, ging ik weer aan de wandel. Maar verrek, nu begon ook de tweede teennagel (vanaf de grote teen geredeneerd) aan mijn linkervoet pijn te doen. Terwijl ik toch echt grotere, nieuwe schoenen had. Ik terug naar de hardloopwinkel want hallo, ik geef geen 120 euro uit om zwarte teennagels te krijgen. Nadat ik een stukje door de winkel had gerend vertelde de medewerker mij dat ik een ‘haklanding’ heb en dat daardoor mijn tenen bij elke stap automatisch omhoog zwiepen. Waar ze kennelijk slecht tegen kunnen. Er is maar één remedie: een cursusje looptechniek om bij de platte landing aan te leren. Ahum.

Au
Ondertussen probeer ik ook dagelijks pushups te doen, want ik moet me toch echt fatsoenlijk kunnen opdrukken om wat armspieren te kweken. Probleem is echter dat mijn polsen het een heel slecht idee vinden, na nog geen vijf keer opdrukken begint het al au te doen. En als ik een week lang stug door blijf gaan, kan ik met mijn linker pols nauwelijks nog iets oppakken zonder dat ik crepeer.

Negeren
Intervaltraining is je beste vriend als je vooruitgang wil boeken. Echt waar, ik bedenk het heus niet zelf. Dus ik schaf een appje aan en volg braaf de bevelen van de mannenstem uit mijn oortje. ‘Je gaat nu 5 minuten heel hard lopen. Goed gedaan. Je gaat nu drie minuten rustig lopen. Enz’. waarom ik indruk wil maken op zo’n audiocoach is mij ook een raadsel, maar ik rende de benen uit mijn lijf om zo hard mogelijk te gaan. Wild zwiepten mijn armen mee. Sneller, harder, doorgaan. De pijn in mijn liezen negeer ik.

Dr Google
Die avond had ik niet alleen last van de inmiddels vertrouwde pijn in mijn knieën, maar schoten er ook venijnige pijnscheuten door mijn schouders en bovenrug. De volgende dag was het hele zooitje compleet verkrampt. Een kleine zoekslag op internet leerde mij dat het wel vaker voorkwam bij beginnende lopers die iets te veel hun best hebben gedaan. En die liespijn, die kon zomaar chronisch worden als ik niet uitkeek, aldus dokter Google.

Afgrijzen
Om de boel los te maken leek het me een goed plan om lekker een paar kilometer te gaan roeien. Gewoon op een apparaat hoor, geen rare toestanden op het water. Ik moest van mezelf meer dan vijf kilometer afleggen en toen ik dat na een half uur had volbracht, keek ik vol afgrijzen naar mijn handen. Op de binnenkant van allebei mijn handen prijkten meerdere grote vochtblaren.
Omdat er momenteel geen ledemaat in mijn lijf meer is dat geen pijn doet, blijft er maar één ding over: een paar kilometer onderuitgezakt bankhangen. Daar is immers nog nooit een mens slechter van geworden…



dinsdag 21 juli 2015

Onelegant in de struiken

‘Vijf dagen per week mountainbiken, goed voor de bovenbenen’,  heeft de expeditieleider me op het hart gedrukt. Maar waar haalde ik een mountainbike vandaan zonder mijn schamele spaarcentjes aan te hoeven breken? Gelukkig bevond zich in mijn sportieve familie een oom die mij zijn bike wel drie maanden wilde lenen ( waarvoor duizendmaal dank!).

Mijn oom had me al gewaarschuwd dat de derailleur niet optimaal functioneerde en dat bleek te kloppen. Geen probleem, de fietsenmaker zette ‘m voor mij in de zwaarste versnelling. Zolang ik niet te veelschakelde was er niets aan de hand. En ja, bij het optrekken trapte het wel een beetje zwaar maar dat was alleen maar goed voor de bovenbenen. In mijn wielerbroekje en met helm en bijpassende zonnebril zag het plaatje er best professioneel uit, vond ik zelf.

Binnenkort heb ik een verplichte  trainingsdag in de Drunense duinen waarbij we onder andere 30 kilometer gaan mountainbiken. Easy peasy dacht ik zo. Totdat ik iets las over ‘single track’. Geen idee wat dat betekent dus maar even googelen: De term singletrack wordt gebruikt om een bepaald type mountainbike-pad te beschrijven. De essentie van een singletrack is dat deze smal is en vaak slingerend wegloopt. Veel boomstronken en -wortels, rotsen en scherpe krappe bochten tussen bomen door maken een singletrack vaak technisch moeilijk.’

Ehhhh. Slik.
Even oefenen maar. Een paar kilometer van mijn huis blijkt zich zo’n singletrack te bevinden, dus vol goede moed rijden mijn gele vriend en ik die kant op. Ter plaatse blijkt ‘smal’ wel heel smal te zijn. Het pad is hooguit een halve liniaal breed. Na tien meter door struikgewas daalt het pad ineens steil naar beneden. Automatisch knijp ik in de handremmen, beide. Ik ontwijk net een laaghangende tak als er ineens uit het niets een haarscherpe bocht naar links opduikt. Ik knijp nog harder in mijn remmen en dan gebeurt het. Als in slow motion zie ik de fiets abrupt tot stilstand komen, mezelf over het stuur vliegen en met een onelegante zwiep in het struikgewas belanden. Scheld, tier, au, brandnetels, bloed.

Ik krabbel overeind en spring snel weer op de fiets, voor er een professionele biker aankomt die me hier zo aantreft. We negeren de brandneteljeuk en gaan gewoon weer verder. Dan doemt er een hoge heuvel op en het pad ligt vol mul zand. Na nog geen vier meter sta ik al stil en moet ik noodgedwongen de fiets en mijzelf omhoog duwen. Schakelen zou fijn zijn. Wat volgt is een helse rit met haarscherpe bochten, stenen, boomstronken, takken in m'n gezicht, onmogelijke klimmetjes (dus lopen) en een paar bijna boombotsingen. Ik vind het mooi geweest. Na nog geen vier kilometer singletrack  fiets ik moedeloos over een geasfalteerd fietspad (hoera) naar huis. Over exact een week moet ik dit dertig kilometer kunnen. Hoe dan??

donderdag 2 juli 2015

Een bezwete ontmoeting met de korpschef

Leuk hoor die berg, maar er moet ook gewoon gewerkt worden. Tijd om dagenlang te trainen heb ik niet, dus moet je creatief zijn. Vandaag stond er een werkbezoek gepland aan KNGF Geleidehonden en Gerard Bouman zou daarbij aanwezig zijn. Voor de niet-collega's: dat is zeg maar de aller- aller- allerhoogste baas binnen de politie. Best leuk om die eens te ontmoeten dacht ik zo.

KNGF huist ergens aan een idyllische dijk in Amstelveen.  Een korte blik op de app 9292ov had mij al geleerd dat het openbaar vervoertechnisch gezien niet echt ideaal gelegen lag. Kom aan, dacht ik, dat moet ook met de mountainbike kunnen. Want de mountainbike, beste lezer, moet de komende weken mijn beste vriend worden. Maar liefst vijf keer per week moet ik 'm berijden van de expeditieleider, allemaal om mijn bovenbenen te trainen.

Ik trek mijn wielerbroek met pannenkoek erin aan, stop een keurig zomerjurkje en een paar hakken in een rugtas, vul de fles met water en klim op mijn gele vriend. De eerste kilometers suist het asfalt onder me door en geniet ik van de kwetterende vogeltjes en de wind door mijn haren. Als je opgroeit in de tropen ben je niet snel onder de indruk van de Nederlandse zomertemperaturen, maar als ik na een half uurtje trappen even stop om te kijken of ik nog wel de goede kant op ga, ben ik toch wel behoorlijk bezweet. Snel een teug water en weer gaan, we kunnen niet te laat komen.


Tien minuten voor het programma begint, reed ik de oprijlaan op. Tot mijn schrik staan buiten voor de deur een stuk of tien politiemannen, waaronder Gerard Bouman. Tijd om eerst naar binnen te glippen en me om te kleden zoals ik van plan was is er niet.Slik. Creatief zijn Maaike. Achter de parkeerplaats zie ik een heg. Ik snel erheen, trek mijn zomerjurkje over mijn inmiddels drijfnatte sportkleding en schop m'n sportschoenen uit en wurm mijn opgezette zweetvoet in de hakschoen. Shit, mijn ene been zit helemaal onder de zwarte kettingsmeer. Met een sportsok probeer ik het weg te poetsen maar de zwarte vlek op mijn been wordt alleen maar groter. Ook lekken de eerst zweetdruppels van mijn sporthemdje inmiddels door in mijn nette jurkje. Niet aan denken. Zouden ze de dikke pannenkoek in mijn wielrenbroekje zien in mijn jurk? Denken dat ik om wat voor reden dan ook een luier draag? Ik verstel de banden van de rugzak en hang m zo laag mogelijk op mijn kont. Problem fixt.

Ik zet mijn beste glimlach op, loop op de menigte af en geef iedereen een hand. Een tamelijk bezwete hand. Daarna haast ik me naar het toilet, Ik heb nog vijf minuten. snel trek ik de jurk weer uit, sportkleding uit, en jurk weer aan. Zo, dat is dat. Een andere bezoekster rommelt ongeduldig aan de toiletdeur. Verdorie, laat me even m'n ding doen.
Als ik in de spiegel kijk zie ik een knalrode bezwete kop, waar de zonnebrand in straaltjes vanaf druipt. Fraai. Zo heb ik dus kennisgemaakt met de baas der bazen.

Zo goed en zo kwaad als het gaat veeg ik het zweet met wat wc-papier van mijn hoofd en fatsoeneer mijn haar dat in zoute strengen langs mijn hoofd plakt. Alle natte kleding prop ik in de rugtas en haast me naar de zaal waar iedereen inmiddels heeft plaatsgenomen. Nahijgend van alles plof ik op een bankje achterin de zaal. Als ik de rugzak openrits om pen en papier te pakken graai ik in mijn natte sportkleren. Als ik nog eens een goed idee heb...



maandag 22 juni 2015

Ik schijt 7 kleuren.....

Als reislustig mens heb ik er een extra sensor voor ontwikkeld: ‘dienstreisjes’ naar het buitenland. Zeker bij de krant stak ik zodra er een exotische plaatsnaam viel, meteen mijn vinger op. Ondanks dat ik jarenlang op de BINNENLANDredactie gewerkt heb ik het toch voor elkaar weten te krijgen om voor een mooi verhaal naar Tobago, Malta, Spanje (Ibiza, 2xBarcelona, Madrid en Malaga), Syrië, Turkije, Ierland, Roemenië, Slowakije, en zelfs India af te mogen reizen.

De kans op exotische tripjes nam drastisch af toen ik aangenomen werd bij de politie, want die doet nu eenmaal niet aan ‘persreisjes’ naar het buitenland.Toen mij een paar week geleden ter ore kwam dat er een groep collega’s met PTSS (Posttraumatische Stress-stoornis) de Mont Blanc ging beklimmen, was ik er als de kippen bij om mijzelf aan te bieden als live verslaggever. ‘Natuurlijk veel leuker dan interviews achteraf’, zei ik tegen de expeditieleider. En verhip, daar had ik wel een punt.

Vorige week kreeg ik een telefoontje: ‘Als je nog steeds wil mag je mee naar de Mont Blanc.’ U begrijpt mensen, dat was reden voor een heus vreugdedansje. Toen ook mijn hoofdredacteur Remco (held) ergens een geldpotje vandaan wist de toveren was de euforie compleet. Een weekje wandelen in de bergen, hoe leuk is dat! Nog diezelfde dag kreeg ik een mailtje van de expeditieleider waarin hij schreef dat ik, als onderdeel van de training, geacht werd deel te nemen aan het ‘adventure weekend’ van de politie. Tot nu toe niks aan de hand, een beetje avontuur ga ik niet uit de weg. Vol goede moed surfte ik naar de site waar een verslag stond van het adventure weekend van vorig jaar. En toen trok ik groen weg…..

Lees en huiver: vrijdag: 300 meter zwemmen in zee (mwah, kan ik hebben), gevolgd door 15 km hardlopen op het strand (ja je leest het goed), met een rugzak van 10 kilo. Ehhhh. Vooruit, tien kilometer krijg ik wel uit m’n schoenen, dus vijftien moet ook lukken, maar met rugzak en door het mulle zand? Maar we zijn er nog niet.

De volgende dag om 8:00 begon het ‘echte werk’. Eerst 10 kilometer kajakken op zee. Gevolgd door 15 kilometer hardlopen (alweer? Dat hadden ze gister toch al gedaan?), dan boogschieten, voor elke gemiste pijl 20 x opdrukken. Daarna lekker kickbiken (een soort mountainbikestep) over een afstand van zo’n 20 kilometer, vervolgens wederom 15 km hardlopen (pardon????) en tot slot nog even 30 km mountainbiken. Oh ja, en er is geen duidelijke route. Je moet je met een kaart en kompas maar zien te redden. Misschien is het mijn welverdiende straf voor al die luilekker tripjes waarin ik werd gepamperd en niets hoefde te doen. Misschien is het mijn straf voor altijd vooraan staan als de leuke reisjes worden uitgedeeld, maar feit is dat het programma wat ik zojuist beschreef, ronduit onmenselijk is. Tenminste,als je geen lid van het arrestatieteam bent, maar een gewone typemiep achter een bureau, zoals ik. Bedenk daarbij dat de overige deelnemers al bijna een half jaar weten dat ze mee gaan en dus al zes maanden keihard aan het trainen zijn. Misschien is het mijn eigen schuld. Maar ik schijt zeven kleuren in m’n (trainings)broek. (ehhh waar was die ook alweer?)