Het was natuurlijk ook een illusie dat
ik ongeschonden uit deze strijd zou komen. Dat ik lachend drie keer
per week kilometers ver kon sjouwen, uren kon trappen op de
mountainbike en mezelf uitsloven tijdens spinning en bootcamplessen,
zonder dat mijn lichaam zou gaan protesteren.
Eigenlijk begon het al de tweede dag
nadat ik hoorde dat ik mee mocht naar de Mont Blanc. In blinde paniek
sloeg ik meteen vol speed aan het trainen. De eerste dag liep ik met
uitzonderlijk veel moeite 9 km, meer dood dan levend kwam ik sjokkend
mijn straat weer in. Maar er was geen tijd te verliezen, dus meteen
de volgende dag vond ik dat ik nu wel een kilometertje verder moest
kunnen. En verhip, het lukte me nog ook. Maar al tijdens het lopen
voelde ik iets raars aan mijn tweede teen op de rechtervoet. Die
avond deed zelfs het dekbed pijn aan mijn teen. Binnen een week was
het ding zwart, pikzwart. Ook kwam de nagel iets bol te staan, alsof
het moeite had met al het gestolde bloed eronder (ieieieieee).
Haklanding
‘Te kleine schoenen’, concludeerde
een medesporter, en nog diezelfde middag was ik 120 euro armer en een
paar blinkend nieuwe hardloopschoenen rijker. Een maatje groter dan
de vorige. Vol goede moed en mezelf inprentend dat ik veel harder kon
nu ik deze fantastische demping had, ging ik weer aan de wandel. Maar
verrek, nu begon ook de tweede teennagel (vanaf de grote teen
geredeneerd) aan mijn linkervoet pijn te doen. Terwijl ik toch echt
grotere, nieuwe schoenen had. Ik terug naar de hardloopwinkel want
hallo, ik geef geen 120 euro uit om zwarte teennagels te krijgen.
Nadat ik een stukje door de winkel had gerend vertelde de medewerker
mij dat ik een ‘haklanding’ heb en dat daardoor mijn tenen bij
elke stap automatisch omhoog zwiepen. Waar ze kennelijk slecht tegen
kunnen. Er is maar één remedie: een cursusje looptechniek om bij de
platte landing aan te leren. Ahum.
Au
Ondertussen probeer ik ook dagelijks
pushups te doen, want ik moet me toch echt fatsoenlijk kunnen
opdrukken om wat armspieren te kweken. Probleem is echter dat mijn
polsen het een heel slecht idee vinden, na nog geen vijf keer
opdrukken begint het al au te doen. En als ik een week lang stug door
blijf gaan, kan ik met mijn linker pols nauwelijks nog iets oppakken
zonder dat ik crepeer.
Negeren
Intervaltraining is je beste vriend als
je vooruitgang wil boeken. Echt waar, ik bedenk het heus niet zelf.
Dus ik schaf een appje aan en volg braaf de bevelen van de mannenstem
uit mijn oortje. ‘Je gaat nu 5 minuten heel hard lopen. Goed
gedaan. Je gaat nu drie minuten rustig lopen. Enz’. waarom ik
indruk wil maken op zo’n audiocoach is mij ook een raadsel, maar ik
rende de benen uit mijn lijf om zo hard mogelijk te gaan. Wild
zwiepten mijn armen mee. Sneller, harder, doorgaan. De pijn in mijn
liezen negeer ik.
Dr Google
Die avond had ik niet alleen last van
de inmiddels vertrouwde pijn in mijn knieën, maar schoten er ook
venijnige pijnscheuten door mijn schouders en bovenrug. De volgende
dag was het hele zooitje compleet verkrampt. Een kleine zoekslag op
internet leerde mij dat het wel vaker voorkwam bij beginnende lopers
die iets te veel hun best hebben gedaan. En die liespijn, die kon
zomaar chronisch worden als ik niet uitkeek, aldus dokter Google.
Afgrijzen
Om de boel los te maken leek het me een
goed plan om lekker een paar kilometer te gaan roeien. Gewoon op een
apparaat hoor, geen rare toestanden op het water. Ik moest van mezelf
meer dan vijf kilometer afleggen en toen ik dat na een half uur had
volbracht, keek ik vol afgrijzen naar mijn handen. Op de binnenkant
van allebei mijn handen prijkten meerdere grote vochtblaren.
Omdat er momenteel geen ledemaat in
mijn lijf meer is dat geen pijn doet, blijft er maar één ding over:
een paar kilometer onderuitgezakt bankhangen. Daar is immers nog
nooit een mens slechter van geworden…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten